Rekenmodellen voor toekomstbestendig pensioen

De huidige rekenmethodieken bedreigen de toekomstige pensioenen, maar met enkele eenvoudige aanpassingen is het Nederlandse pensioenstelsel toekomstbestendig te maken, stelt econometrist Gerwin Griffioen.

De actuele waarde van de verplichtingen wordt bepaald met behulp van een rekenrente. De rekenrente is het rendement dat een pensioenfonds verwacht te kunnen behalen om de actuele waarde aan te laten groeien tot de toegekende pensioenaanspraken.

De actuele waarde van de verplichtingen is lager, naarmate de rekenrente hoger is, maar des te hoger de lat wordt gelegd, des te groter is de kans dat het einddoel niet wordt gehaald. Daarom hanteren pensioenfondsen een rekenrente die min of meer gelijk is aan de rentecurve van staatsobligaties om te voorkomen dat er teveel beleggingsrisico’s worden genomen. Met deze prudente rekenrente-methodiek wordt voorkomen dat pensioenfondsen de actuele waarde van hun verplichtingen te laag inschatten.

Op basis van deze rekenrente-methodiek berekenen ALM-modellen dat het renterisico zoveel mogelijk moet worden afgedekt, zodat de beweeglijkheid van de dekkingsgraad en daarmee de kans op onderdekking laag wordt gehouden. Pensioenfondsen staan onder druk om dit advies op te volgen, omdat er van ze wordt verwacht dat ze voldoen aan de eisen die in het Financiële Toetsingskader worden gesteld. Met behulp van rentederivaten zetten pensioenfondsen het rendement op hun beleggingsportefeuilles voor een lange termijn vast tegen de marktrente op staatsobligaties. Daarmee worden de nominale pensioentoezeggingen redelijk veilig gesteld. Echter, het afdekken van een risico introduceert meestal weer een ander risico en in het geval van het afdekken van renterisico wordt er een inflatierisico geïntroduceerd. Immers, als er inflatie komt, dan zijn pensioenfondsen niet in staat om een hoger rendement op hun beleggingsportefeuilles te behalen, doordat het rendement voor lange tijd is vastgezet op een laag niveau.

Marktrente bestaat uit een basisvergoeding en opslagen voor krediet- en inflatierisico. Meestal gaat een hoge rente op staatsobligaties gepaard met hoge (verwachte) inflatie. Bij een hoge (verwachte) inflatie is het daarom prudent om een lage rekenrente te hanteren. Overrendementen kunnen dan worden ingezet om pensioenen te compenseren voor inflatie. Daarom zou een nieuwe rekenrente-methodiek als volgt kunnen luiden: de rekenrente is gelijk aan de marktrente, maar nooit hoger dan een bepaalde bovengrens, bijvoorbeeld 4%.

We onderzoeken de voorgestelde rekenrente-methodiek met behulp van een simulatie van een pensioenfonds op een economisch scenario dat bestaat uit maandelijkse rente en inflatie data en een periode van 70 jaar bestrijkt. Het eerste gedeelte van het scenario bestaat uit Amerikaanse rente en inflatie data in de periode januari 1955 tot en met juli 2010. Het tweede gedeelte van het scenario bestaat uit het meest slecht geachte toekomstige economische scenario, namelijk Japanse rente en inflatie data vanaf januari 1996. Hiermee testen we de rekenrente-methodiek op verschillende economische omstandigheden. Om het rendement op de beleggingsportefeuille te laten meelopen met de inflatie, wordt er alleen belegd in één tot tienjarige staatsobligaties.

Uit de simulatie blijkt dat een goed en waardevast pensioen kan worden opgebouwd met de hier geïntroduceerde rekenrente-methodiek. Verder blijkt dat het Nederlandse pensioenstelsel, met deze aanpassing, toekomstbestendig is, ook in een Japan scenario. Met de huidige rekenrente-methodiek lopen onze pensioenen het gevaar om verteerd te worden door inflatie. Als onze rekenrente-methodiek wordt geïntroduceerd, dan zullen ALM-modellen tot andere resultaten komen en berekenen dat pensioenfondsen veel korter op de rentecurve moeten beleggen.

(bron: Eufin)